Wie is Mr.Lobster.nl?
Mr.Lobster.nl - Hindeloopenkade 116 - 3826 BD Amersfoort - Tel. 065-321.53.42On-line verkoop van Spakenburgse Visspecialiteiten.
HistorieVraag het Mr. Lobster. Alles wat u wilt weten over vis.
Op deze pagina vindt u alle antwoorden op uw visvragen!Vis bestellen. Online webwinkel. Visspeciaalzaak. Fisherman. Claus de Graaf.
Bradley infoEerste online visspecialist van Nederland.
Mr.Lobster.nl istot20 septembergesloteni.v.m.vakantie.Haringgroothandel Haring
Liefhebbers van roken, die zelfs een scherpere controle over het rokersproces willen, zullen de laatste aanwinsten in het assortiment van de Bradley Rookoven producten, erg op prijs stellen. Twee nieuwe Bradley Rookoven modellen met digitale programmering om de kasttemperatuur en de kooktijd te handhaven en met een aparte controle voor de bereidingstijd van het roken.Het belangrijke verschil tussen de twee modellen is de capaciteit. Het vier-rooster model (BTDS76CE) heeft een capaciteit van 76 liters. Het zes-rooster model (BTDS108CE) heeft een enorme capaciteit van 108 liters.De voorkant (aan de buitenkant) van beide modellen heeft een geverfd, geborsteld roestvrijstaal uiterlijk en de oppervlakten aan de binnekant zijn roestvrijstaal (spiegel-effect). Net zoals bij de Originele Bradley Rookoven zijn de kasten geïsoleerd.De Rookovens gebruiken het automatische Bradley Bisquette toevoer-system. Ze worden geleverd met een receptenboek, kookinstructies, onderhouds- en functioneringshandleiding en hebben één jaar garantie.De Bradley extra roosters en jerky roosters zijn zowel geschikt voor deze nieuwe modellen als voor de originele en Roestvrijstalen modellen.Visproducten via internet.
Bestellen in de Webshop 1 Ga naar de webshop en kies het gewenste assortiment.2Vul achterhet gekozenartikelhet aantal dat u wilt en klik op het winkelwagentje, in een nieuw venster ziet u wat uheeft gekozen en wat het kost,bevestig dit door opok te klikken. Herhaaldit voor ieder gewenst artikel.3 Klaar met bestellen? Ga naar kassa, vul al degegevens in en 'plaatsde bestelling' en bevestig deze. 4 De exacte aflevertijd wordt met nog met u afgesproken per email. Mocht u problemen hebben met het online bestellen dan kunt u ons ook uw bestelling mailen. Wilt u telefonisch contact ? Mail ons uw nummer en wijbellen u terug.Alle non-food produkten worden per post verzonden en zijn exclusief verzendkosten.Wij berekenen voor alleoverige leveringen geen verzendkosten.\Altijd verse vis en gekoeld aan huis geleverd!
Mr. Lobster bezorgt in de Regio Amersfoort kosteloos aan huis.Minimum bestelbedrag is 35,00 euro. Afleverdag en tijd wordt per email afgesproken.U kunt uw voorkeur aangeven bij de opmerkingen in de kassa. Aflevering met eigen gekoeld vervoer. Voor levering buiten genoemde regio's kunt ucontact met ons opnemen over de mogelijkheden.Alle Non-Food producten worden verzonden met TNT.Alle Bradley Smoker producten uit voorraad leverbaar,of rechtstreekse toezending via importeur uit Groot-Britannië.Levering buiten Nederland ook mogelijk,verzendkosten per land zijn verschillend.Gebruik het contactformulier op de site voor al uw vragen.Wij beantwoorden al uw vragen!Betalingsvoorwaarden:- contant bij aflevering (advies)- per bank (vooruit betalen)ING 123.234.8 tnv Mr.Lobster AmersfoortVoor betaling vanuit het buitenland:Iban: NL84INGB0001232348 Bic:INGBNL2A Prijzen in de webshop zijn inclusief BTW.
Oeganda, Kenia en Tanzania exporteren massa's nijlbaars naar Europa. In financieel opzicht is de visexport ondertussen groter geworden dan die van koffie en katoen. Oeganda heeft bijvoorbeeld meer dan 20 visfabrieken die jaarlijks 30.000 ton vis exporteren, goed voor meer dan 100 miljoen euro.
Door die aantrekkelijke export zijn er te veel vissersboten aan de slag op het Victoriameer, Afrika's grootste meer, boten die bovendien vaak slechte vismethodes gebruiken. "Het aantal geregistreerde vissersboten op het Victoriameer is sinds december 2005 met 16 procent gestegen", zegt Dickson Nyeko van de Visserijorganisatie van het Victoriameer (LVFO), het orgaan dat sinds 1994 toeziet op de visbestanden in het Victoriameer.
Door de overbevissing is nijlbaars schaars geworden. Tien visfabrieken rond het Victoriameer moesten al sluiten. "De boten varen steeds verder, gebruiken illegale uitrusting en proberen zo de overblijvende verwerkingsfabrieken van vis te voorzien", zegt Dickson Nyeko.
Volgens Nyeko betekent de schaarste van de nijlbaars een bedreiging voor de bijna 40 miljoen mensen in de regio. De vissers zelf zien hun inkomsten dalen doordat ze maar een vijfde meer vangen van wat ze tien jaar geleden in hun netten vonden. De resterende 25 visfabrieken werken maar op halve kracht en zien hun exportinkomsten gevoelig achteruitgaan terwijl de brandstofprijzen stijgen.
Ondertussen jaagt de schaarste de prijzen de hoogte in. Veel Oost-Afrikanen kunnen zich geen vis meer veroorloven. In de Oegandese hoofdstad Kampala kostte een kilogram nijlbaars vroeger minder dan 40 cent, nu 2,60 euro.
Heel wat mensen waren al overgegaan op bereidingen met de huid, kop en graten van de vis, het afval dat de visfabrieken verkopen nadat ze de filets naar de EU hebben gestuurd. Maar nu zijn zelfs die visresten schaars en duur geworden doordat handelaars er nieuwe markten voor hebben gevonden in de Democratische Republiek Congo, de Centraal-Afrikaanse Republiek en Soedan.
De visschaarste dreigt ook tot conflicten tussen de buurlanden te leiden. Vissers dringen de territoriale wateren van de andere landen binnen op zoek naar vis. Zo gaan dagelijks naar schatting 300 Keniaanse vissers in Oegandese wateren aan de slag. Oeganda beschuldigt de twee andere landen ervan de akkoorden over het Victoriameer niet te respecteren en stuurt nu patrouilleboten het meer op. Die arresteerden ondertussen al Keniaanse vissers.
Tanzania heeft de helft van het Victoriameer, Oeganda 43 procent, Kenia amper 6 procent.
De nijlbaars, een geduchte roofvis, werd in de jaren vijftig door Britse kolonisten in het Victoriameer uitgezet. De vis richtte een ecologisch bloedbad aan door alle inheemse vissoorten in het meer uit te toeren.
Op de vraag hoe illegale vis op de Europese markt terechtkomt, is helaas geen simpel antwoord te geven. Op allerlei manieren en door allerlei partijen worden regels en afspraken overtreden of omzeild. Een paar voorbeelden uit de praktijk.
1. Een Europese visser vangt vis en meldt deze bij aankomst in de Europese havens niet aan, bijvoorbeeld omdat zijn quotum voor deze vis al heeft overschreden. De vis wordt vervolgens illegaal doorverkocht en verwerkt en komt uiteindelijk in een Europees land in de viswinkel te liggen.
2. Een Europese visser gaat varen onder de vlag van een land dat geen lid is van de EU, dit land controleert vervolgens niet wat de visser vangt en deze kan de vis gewoon naar een EU-haven brengen en verkopen. Deze praktijk staat bekend als varen onder een ‘goedkope vlag’.
3. Een groothandel uit Europa koopt vis in blik uit Azië, deze is daar verwerkt en is via verschillende tussenhandelaren afkomstig van enkele vissers die deze illegaal gevangen hebben in bijvoorbeeld de Grote Oceaan.
De voorbeelden geven aan hoe ingewikkeld de internationale handel in vis is geworden en hoe moeilijk het is om illegale visserij tegen te gaan.
Situatie in Nederland
Helaas toont de recente fraudezaak op Urk aan dat illegale visserij ook in Nederland niet volledig is uitgebannen. In deze zaak zijn onlangs een aantal veroordelingen uitgesproken, dit heeft het imago van de Nederlandse visserij natuurlijk geen goed gedaan. Het is zaak in de komende maanden en jaren dat imago te herstellen. Hoewel het moeilijk is om uit te sluiten dat er verder geen illegale visserij plaatsvindt in Nederland, lijkt het probleem in Nederland beperkt. Dit komt onder andere doordat de onderlinge controle in Nederland vrij groot is en de Algemene Inspectiedienst (AID), binnen haar mogelijkheden, goed controleert. Op andere punten zoals bijvangst en bodemberoering is nog veel verbetering mogelijk, maar op dit gebied lijken de Nederlandse vissers goed te scoren.
Op de vraag of er ook illegale vis op de Nederlandse markt wordt verkocht, is veel moeilijker antwoord te geven. Overal in de EU wordt illegale vis aangeland, ook door buitenlandse schepen in sommige Nederlandse havens. Doordat er een interne markt is in Europa en het probleem wereldwijd erg groot is, lijkt het dus zeer onwaarschijnlijk dat er geen illegale vis in Nederland wordt verkocht. Juist doordat de markt Europees is, is dit een onderwerp bij uitstek dat moet worden opgelost in EU-verband.
Rol van de EU
De EU is dus een belangrijke speler in het aanpakken van het probleem. De interne vismarkt van de EU is de grootste ter wereld en de Unie beschikt ook over een van de grootste vissersvloten ter wereld. Kortom als de EU daadwerkelijk de IUU-visserij aanpakt dan kan zij echt een grote bijdrage leveren aan het tegengaan van deze illegale praktijken wereldwijd.
Wat wordt er in de EU momenteel gedaan tegen het grote probleem van de illegale visserij? Allereerst erkent de EC dat het probleem van illegale visserij groot en complex is en daarom heeft zij in 2002 een actieplan gelanceerd om illegale visserij aan te pakken. In dat actieplan staan tal van maatregelen om illegale visserij tegen te gaan. In het Europees Parlement is ook een kritisch rapport geschreven over de aanpak van illegale visserij. Ook hierin worden allerlei maatregelen voorgesteld om het complexe probleem aan te pakken.
Maar de EC is deze maand met nieuwe plannen gekomen om het probleem goed aan te pakken.
Bronnen

Britse onderzoekers van de universiteit van East Anglia in Norwich hebben de
visvangsten van de afgelopen 25 jaar in de verschillende zones in de Noordzee met
elkaar vergeleken. Bijna tweederde van de soorten is in noordelijke richting
gemigreerd, terwijl soorten uit zuidelijker gebieden hun plaats hebben
ingenomen. Kabeljauw is meer dan 100 kilometer opgeschoven.
Veel van de vissoorten die naar het noorden trokken,
kozen daarbij bovendien voor diepere wateren.
De onderzoekers schrijven de verschuiving van de leefgebieden toe aan
het versterkte broeikaseffect.
Hierdoor is de temperatuur van het zeewater 1 graad Celsius gestegen. Als de
trend zich voortzet, zullen beviste soorten als kabeljauw, tong en wijting na
2050 niet meer in de Noordzee te vinden zijn.
Momenteel wordt de markt overspoeld met van alles en nog wat, dat maar matig op vis lijkt.
De arme landen hebben een nieuwe inkomstenbron ontdekt.
Kweekvisserij!
Vijvertje graven, prutkruipers erin en gooi er maar van alles in wat enigszins eetbaar lijkt. De vissen zoeken het wel uit.
De vissoorten die gekweekt worden zijn bijna allemaal modderkruipers en lijken op meervallen. Dit is wel een harde noodzaak want het lijkt mij niet voor de hand liggend dat deze vissen in helder blauw water zwemmen. De Aziaten en Afrikanen kennende zullen zij de vijvers wel maximaal gevuld met troep houden om het rendement zo hoog mogelijk te maken.
Wat wordt er zo uit die tropische modderpoelen opgevist?
Mooie namen, dat wel voor dit soort prutvissen
Tilapia € 9,28/kg*
Victoria- of Nijlbaars € 7,69/kg*
Panga € 3,75/kg*
*(Makro prijsnoteringen incl. BTW eind april 2008)
Al deze vis benamingen zijn in feite verzamelnamen voor veel soorten.
Een haring clupea harengus bijvoorbeeld is redelijk eenduidig maar de Tilapiafamilie is veel groter en wilder, daar zijn er vele nogal vage varianten van deze ciclide- achtigen. Dat de Tilapia een vechtvis is verwondert mij niet. Vechtlust en geweld zit kennelijk in de genen gebakken van de bewoners van deze continenten.
Deze vissoorten zijn dermate uitheems in Europa dat er geen fatsoenlijke namen voor zijn. Latijnse namen slaan ook niet direct aan bij de consument. Lates niloticus klinkt niet erg dus maken wij er maar Nijlbaars van. Pangasius hypophtalamus klinkt ook niet sexy, dus noemen we dit beestje Panga.
We kunnen deze vissen wel fraaie namen geven maar mijn inmiddels klassieke lijfspreuk blijft wat mij betreft geldig:
Een mooi wijf heeft de duivel in haar lijf!
Er kleven nogal wat gevaren van verschillende aard aan deze wilde importen. Het is de internationale handel die het meeste aan verdient zonder zich ooit te bekommeren over de mogelijke schade die op korte termijn wordt aangericht.
Vanuit mijn eigen vakgebied wil ik de belangrijkste gevaren voor het voetlicht brengen:
Het slopen van de binnenlandse visserij
De Nederlandse visserij is een van de weinige primaire sectoren waar zeer veel product- en vakkennis aanwezig is. De moderne visser is geen gelukszoeker die met de pijp in de mond lukraak zijn netje overboord werpt en dan maar ziet wat erin zwemt. Tegenwoordig is de visser een geschoolde professional die nogal wat papieren op zak moet hebben wil hij er alleen maar aan denken om achter het roer van een kotter te kruipen.
Goedkope importen zorgen voor een ongezonde economische sanering van de Hollandse en vooral de Europese visserij.
Zal het tij zich keren? Zeker weten!
Er zullen zich de komende jaren een reeks voedselschandalen voordoen die de consument hopelijk erg bang zal maken voor alles wat buitenlands is. Daarnaast zullen de sterk stijgende voedselprijzen niet alleen de Europese boeren maar ook de vissers miljonairs van de toekomst maken. Nu reeds zijn de voedseloproeren in Afrika zichtbaar. Het lijkt een kwestie van tijd dat lokale regeringen de voedsel exporterende bedrijven gaan nationaliseren om maar eerst voor de binnenlandse bevolking te gaan zorgen. Het is te gek voor woorden dat wij een goedkoop landbouwproduct als sperzieboontjes uit Egypte laten komen terwijl men daar zelf een schreeuwend tekort heeft aan vitaminerijke groenten.
De volgende ‘ontdekkingen’ of ‘onthullingen’ kunnen de Europese consument binnenkort behoorlijk afschrikken:
Het energielabel is knalrood
Deze importvis is zo rood gekleurd als een biet. Vis onder tropische omstandigheden invriezen kost al redelijk veel energie en dan nog trapsgewijs voorzien van wat glaceerlagen vreet nog méér energie. En dan moet het nog de diepvries container in en per boot een slordige 20.000 kilometer varen wat gemiddeld toch een vier weken duurt. OK, het gaat via het Suez kanaal een stukje sneller. Dit is slecht nieuws voor het energielabel van deze vissoorten.
De vis kan verontreinigd zijn
Bacteriologisch zal er weinig op deze vis aan te merken zijn. Daar hebben de Aziatische ‘Gooks’ wel voldoende middelen voor. Sommigen zullen best wel schoon werken. Vooral als er bezoek door het bedrijf loopt. Er blijven talloze andere desinfectiemiddelen over waar niet gericht naar wordt gezocht door de diverse Voedsel en Waren autoriteiten. Hierbij denk ik aan organische bacteriostatica, kruidenextracten, middelen op peroxide basis en zouten met een licht conserverende werking die van nature in zeewater voorkomen. Ik kan wel een paar creatieve cocktails bedenken.
Het injecteren van vis
In Nederland is deze techniek door machinebouwers geperfectioneerd. Door injectoren toe te passen die uitgerust zijn met hypodermische naalden met een diameter van maximaal 1,5mm worden nauwelijks zichtbare gaatjes in de vis gemaakt. Vooral wanneer de vis met het vel onder op het injectorbed ligt. De standaard waterdosering bedraagt 10% en wanneer er speciale recepturen toegepast worden met daarin waterbinders dan kan er maximaal 20% vocht gedoseerd worden.
Een injector is een duur apparaat. Het vocht kan ook op ander manieren in de vis gebracht worden, vaak veel subtieler. Gewoon een tijdje laten weken in een vloeistof met daarin opgelost een beetje basisch fosfaat. De spier eiwitvezels van het vissenvlees zullen door de lichte pH verhoging iets meer uiteen gaan staan wat de mogelijkheid biedt om nog meer capillair vocht te binden. Voor de opsporingsautoriteiten is dit zeer lastig op te sporen omdat vis van nature al 0,1% fosfaten bevat en het voedsel vaak zeer fosfaatrijk kan zijn. Vooral wanneer de kweekvis met vismeel (ook zo’n lekkere en hoogwaardige grondstof) gevoerd wordt. Om dit aan te kunnen tonen moet men over veel historische chemische analyses beschikken die meestal niet voorhanden zijn. Bovendien verschilt de analyse vaak per (onder) soort van de vis.
Gewoon een onaangekondigd bezoek van een simpele onafhankelijk deskundige eventueel met bijzondere opsporingsbevoegdheid bij het productiebedrijf is gewoon de meest efficiënte oplossing. Giller lijkt me dat.
Een ‘gook’ inspectietocht door Zuid Oost Azië.
Ben nu vast mijn koffers aan het pakken.
Allergenen
Viseiwitten gelden als sterke veroorzakers van allergische reacties. Er staan niet voor niets maar liefst drie soorten visproducten op de officiële allergenenlijst. (Schaaldieren, vis en weekdieren)
Door vis goedkoop voedsel te geven kunnen wellicht ook allergenen meekomen waarvan de effecten pas na verloop van tijd duidelijk worden. Vooral wanneer de vissen op een creatieve manier gevoerd zijn. Met eiwitpreparaten die minder courant zijn. Ureum bijvoorbeeld. Ja, gewoon kunstmest. Dit is al in China toegepast om het eiwitgehalte van vleeswaren wat op te krikken. Helaas valt dit wel erg op. Nu gebruikt men deze stof niet meer als grondsstof. Misschien heeft men wel een alternatief bedacht…
Er kunnen histamine vrijmakers in de vissen voorkomen vanuit het dieet dat ze gevolgd hebben of vanuit het bederf dat wellicht ergens in een hoekje plaats heeft gevonden. Een histamine vergiftiging kan een anafylactische shock teweegbrengen. Redelijk ernstig als de gebruiker daar gevoelig voor is. Men spreekt van een anafylactische shock wanneer het lichaam door verwijding van de bloedvaten ten gevolge van het vrijgeven van een grote hoeveelheid histamine in shock geraakt.
De beruchte monocultures
Nu zal het niet zo zijn dat de consument dood neer zal vallen bij het eten van dergelijke exotische vissen. Het is oppassen geblazen want het zijn vissen uit kweekvijvers, monocultures. Er is een reëel risico dat er bacteriologische contaminaties, virussen en dergelijke met dergelijke partijen meekomen. Het diepvriezen van de vissen brengt de schijn met zich mee dat alle bacteriën wel dood zullen zijn maar dit is helaas bedrog.
Het vissenvoer zal in veel gevallen ietsjes meer verontreinigd zijn als dat wat wij in Nederland aan onze vissen voeren. Veel toxinen zijn vet oplosbaar dus ze zullen vast en zeker ook in vissen terecht komen.
Hoe zit het met de ziektes bij de vissen?
Onvermijdelijk bij moderne kweekmethodes is het voorkomen van ziektes. Gewoon een redelijk groot nadeel bij monocultures in het algemeen. Zelfs mijn eigen aquariumpje van 100 liter krijgt de witte stip als ik met mijn vuile handen aan gezeten heb. Laat staan zo’n grote mono modderpoel.
Hoe worden de parasitaire, schimmels en andere bacteriële infecties bestreden? Daar wordt uiteraard niets over gepubliceerd. Wanneer een viskweker opeens zijn visstapel bedreigd zal zien door een of andere snel ontwikkelende ziekte dan zal ongetwijfeld zijn Vietnamese creativiteit ingezet worden om de dreigende ramp te keren. Of het middel legaal is zal hij zich later zorgen om maken. Eerste prioriteit is om de vis te redden. Zonder die maatregel is het tóch verloren.
Probleem is dat er veel middelen bestaan die redelijk onbekend zijn. Vooral voor de Westerse Keuringsdiensten van Waren die alleen maar op de bekende middelen controleren.
Wat maakt de (panga)Vietnamezen juist zo bijzonder?
Een paar zaken spelen een rol in de ogen van de Europese consument. Dankzij de oorlog met de Fransen, wat gewoon koloniale onderdrukking was en wat later overgenomen werd door de Amerikanen, is er een zeker schuldgevoel ontstaan naar dat land toe.
Hetzelfde speelt zich af met Israël. Een land dat een bevolking heeft dat zwaar geleden heeft onder de Tweede Wereldoorlog en nu nog steeds zoveel goodwill bij de wereldbevolking heeft dat het een groep inwoners op redelijk handhandige manier ongestraft zéér kort aan het lijntje kan houden.
Terug bij die arme Vietnamezen.
o Koloniale oorlog
o Amerikaanse bommen
o Bootvluchtelingen
Deze begrippen maken ons schuldcomplex volledig.
Wij zijn dan ook geneigd om iets aardigs voor die arme altijd vriendelijk lachende Vietnamezen te doen:
Wij kopen al Vietnamese koffie.
Hierdoor is het land in zeer korte tijd opgeklommen naar de tweede koffie-exporteur ter wereld. Brazilië staat nog op nummer 1. Persoonlijk houd ik mijn hart vast of de Vietnamezen wel goed om kunnen blijven gaan met hun fungiciden die ongetwijfeld in in ruime mate over de koffiestruik heen gesproeid moeten worden om de tropische schimmels enigszins in de hand te houden.
Intussen hebben de Vietnamezen de viskweek ontdekt. In de Mekong delta die destijds door de Fransen min of meer gekanaliseerd en ingepolderd werd en in later stadium door de Amerikaanse strijdkrachten met bommentapijten en ‘Agent Orange’ vergiftigd werd, zijn veel van deze kwekerijen te vinden.
Wij kopen nu ook Vietnamese vis.
Iedereen kent de naam al. Panga filets. Officieel heet deze vis Pangasius hypophtalamus
Na een willekeurige zoektocht kom ik op de site uit van Phuong Dong Seafood Co. uit. Gelikte site, niets mis mee.
Dan hun Lijfspreuk: “We are a creative, dynamic, and professional company that specializes in processing, packing, trading and exporting frozen seafood products.”
Vooral het vierde woord baart mij ernstige zorgen.
Creatief, dat zijn vooral de Vietnamezen.
Wellicht ligt het in hun genen. Ik weet het niet.
Op voedselveiligheid zullen zijn beslist ook best wel creatief zijn. Daar maak ik mij geen zorgen om.
Het volgende citaat van hun website spreekt boekdelen:
“We have two frozen seafood processing plants which apply HACCP based plan for quality management to ensure the most quality of the finished products.”
Dit zegt gewoon niets. Het bedrijf moet gewoon HACCP gecertificeerd zijn of beter nog, ISO 22.000 gecertificeerd. Noem het certificaatnummer gewoon op de site en iedereen kan het register raadplagen. Tja die is er even niet dus zal die er misschien nóóit komen.
Met andere woorden: men rommelt maar een beetje aan met een voedselveiligheidsplan, ofwel een kwaliteitssysteem dat alleen maar de naam HACCP draagt.
Ze moeten maar eens een onafhankelijke auditor op afsturen die de zaak eens gaat omspitten. Tja ik weet er wel eentje die via de personeelsingang zijn weg naar binnen zoekt.
“Chef er is geen zeep meer in de wasgelegenheid, verder zijn de handschoenen op” Wat zegt u? ‘Gisteren lagen die spullen er wel omdat er hoog bezoek was ja’
Waarom is de vis zo goedkoop?
Heel simpel. Door op drie manieren de kosten in de hand te houden:
1. Loon
2. Voer
3. Injecteren met water
Lonen lekker laag
De loonfactor zal wel duidelijk zijn maar om de tweede zullen we de komende tijd wel het een en ander gaan beleven vrees is.
Het voer
Een Pangasius vis is een meerval. Een modderkruiper als het ware. Deze vissoort kan van plantaardig koolhydraatrijk voedsel eten maar ook eiwitrijke dierlijke producten. Toch wel makkelijk zo’n alleseter in jouw modderbakvijver.
Ook voor deze viskwekerijen zullen de grondstofprijzen de pan gaan uitrijzen. De traditionele rijst, maïs en soja afvallen zullen onbetaalbaar worden. Daarnaast wordt er ook veel vismeel in het voer verwerkt. Nadeel van deze grondstof is dat de geur van de bedorven eiwitten, de traditionele visstank in de vis geproefd kan worden. Daarnaast kunnen ook andere dierlijke bijproducten gevoerd worden. Hierbij denk ik aan de afvallen van de pluimveebedrijven, verenmeel, ingewanden en ander incourant materiaal dat vrijkomt bij de pluimveeverwerking. Vietnam is ook een varkensland. Ik kan wel een paar bijproducten bedenken die aan de Pangasius vissen gevoerd kunnen worden.
Injecteren met water
Dit kan op diverse manieren plaatsvinden. Tumblen, weken en injecteren. Dit is hiervoor al besproken.
Waarom is deze vis zo populair in Nederland?
Het is goedkoop.
De vishandel ziet ook een mogelijkheid om de marges wat op te vijzelen door deze filets ook te verwerken in wat meer traditionele producten zoals een lekkerbek. Hierbij vergeet men gemakshalve om de prijs te halveren.
De Pangavis of Nijlbars of Tilapia blijven voor mij gewoon vreemde tropische snoeshanen.
Geef mij gewoon maar een scholletje met van die grappige roestplekken erop. Dan zie je wat je eet.
Vast vlees, blank en niet bleek roze.
De geur van het zeewater…
De gezondheid knarst gewoon tussen je tanden!
Heerlijk toch?
IJsbrand Velzeboer – Raalte
www.scientanova.com
Vis zit boordevol gezonde vetten en is daarom erg gezond. Voedingsexperts raden aan minstens twee keer per week vis te eten. Vooral tilapia en pangasius profiteren van dat advies omdat het relatief goedkope vissoorten zijn. Maar voor tilapiafilet geldt dat deze een stuk minder gezond is dan gedacht.
Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat gekweekte tilapiafilet weinig gezonde omega-3 vetzuren bevat en veel ongezonde omega-6 vetzuren. Juist door deze combinatie is de vis niet zo gezond als iedereen denkt.
Gekweekte tilapiafilet bevat zelfs 4 keer zoveel omega-6 als een magere hamburger.
Omega-6 vetzuren zitten in heel veel voedingsmiddelen en beschermen tegen hart- en vaatziekten. Maar in verhouding met omega-3 krijg je er te veel van binnen.
Een overschot aan deze stof heeft een ontstekingsbevorderende werking en vergroot het risico op bloedklonters, artritis en kanker.
Omdat Tilapiafilet in de ogen van de onderzoekers kennelijk meer kwaad dan goed doet, raden ze aan vooral forel en zalm te eten.
Bron: hln.be

De Amerikaanse studie heeft direct gezorgd voor een hype ten nadele van tilapia, een populaire consumptievis in de Verenigde Staten. Omega 6 is slecht voor het hart en kan onder meer ontstekingen veroorzaken en nog meer kwalijke ziekten. De vegetarische tilapia, die volgens de Amerikanen vooral met mais gevoerd wordt, zou weinig van het gezonde omega 3 bevatten. Het onderzoek was onderwerp van een zeer korte reportage op de Amerikaanse nieuwszender FoxNews. In het internettijdperk verspreidt zo´n filmpje zich razendsnel over de hele wereld, en ook in Nederland was er vorige week druk e-mailverkeer tussen sectorgenoten, met de boodschap: ´Tilapia is dodelijk!´.
Die laatste conclusie is volgens het Voedingscentrum wel heel erg voorbarig. ,,Het is inderdaad zo dat de verhouding tussen de gezonde omega 3-vetzuren en de ongezonde omega 6-vetzuren in tilapia ongunstiger uitpakt dan bij andere vissoorten. Maar de hoeveelheden in absolute zin zijn zo minimaal, dat je echt enorme hoeveelheden van deze dierlijke vetten zou moeten consumeren voordat er gezondheidsproblemen kunnen optreden’’, aldus een woordvoerder van het in Den Haag gevestigde instituut, dat wetenschappelijke en eerlijke informatie aan consumenten wil geven over veilige en gezonde voeding.
Het eten van vis en schaal- en schelpdieren is meestal goed voor onze gezondheid. Maar visvangst en -kweek schaden vaak de natuur en het milieu. Sommige vissoorten dreigen zelfs uit te sterven door overbevissing en bijvangst. U kunt dit helpen voorkomen door te kiezen voor duurzaam gevangen of gekweekte vis - en voor vis van het seizoen.
Vis wordt gevangen in rivier, meer of zee, of komt uit de kwekerij. Beide methodes hebben hun voor- en nadelen. Of vis op het menu milieuvriendelijk is, hangt daarom niet af van kweek of wildvangst, maar van de totale milieuscore.
Bij wilde vis telt de vraag of de soort met uitsterven bedreigd is, en de visserijmethode. Bepalend voor de milieuscore van kweekvis zijn onder meer de hoeveelheid wilde vis die nodig is voor visvoer, de milieuvervuiling door diergeneesmiddelen in het water en het energieverbruik bij de kweek.
Recente cijfers ontbreken, maar in 2003 at de wereldbevolking 103 miljard kilogram vis: gemiddeld 17 kilo per persoon. Het gemiddelde Nederlandse gezin at in 2006 7,5 kilo vis. Daar zitten dan ook schaal- en schelpdieren bij, zoals mosselen en garnalen.
In 2003 vingen vissers wereldwijd 90,2 miljard kilo vis. Ze doen dat met verschillende soorten netten en lijnen, afhankelijk van de vissoort. De vis gaat eerst per schip naar de haven, dan per vrachtauto naar de visafslag en vervolgens per vrachtauto of vliegtuig naar verwerkers en de winkels. Een deel van de vangst wordt ook gekoeld vervoerd; de rest wordt al op de vissersboot ingevroren.
Een aantal vissoorten komt steeds minder vaak voor. Daardoor neemt de vangst af. Oorzaken hiervan zijn klimaatinvloeden, vervuiling, natuurlijke variaties - en overbevissing. Meer dan de helft van de commerciële vissoorten werd in 2005 maximaal bevist. Bijna een kwart van de vissoorten wordt overbevist. Soorten als zwaardvis, Atlantische kabeljauw, heilbot, schelvis en de meeste soorten tonijn staan daarom op de Rode Lijst van bedreigde diersoorten.
Naast de vis die ze willen vangen, krijgen de vissers ook andere soorten in hun netten: bijvangst. Ruim eenderde daarvan gaat weer overboord. Meestal zijn de vissen dan al gestikt of dodelijk gewond. Ook raken er veel vogels, dolfijnen, walvissen en zeeschildpadden verstrikt in de netten. Zij raken gewond en verdrinken.
Foto:Bijvangst van een Belgisch vissersschip (Bron: Greenpeace/Reynaers).
Alle soorten planten en dieren in zeeën en rivieren lopen door visvangst schade op. De drie grootste boosdoeners zijn de boomkorvisserij, drijfnetten en 'spooknetten'.
Bij de boomkorvisserij slepen de vissers kettingen over de zeebodem, om zo platvissen zoals schol, tong, bot en heilbot in het net te jagen. Vanwege de schade aan het onderwaterleven werkt men aan alternatieven zoals de pulskor. Daarbij drijft men de platvis in het net met kleine elektrische schokjes .
Drijfnetten hangen vlak onder het wateroppervlak en zijn vaak vele kilometers lang. Vele vissoorten, maar ook vogels, dolfijnen, walvissen en zeeschildpadden, raken erin verstrikt. Daarom zijn drijfnetten in de EU verboden voor de tonijnvisserij. Ze zijn nog wél toegestaan voor de zalmvisserij in de Oostzee. Nederlandse vissers gebruiken geen drijfnetten.
Spooknetten zijn losgeraakt van vissersschepen en zwerven jarenlang door het zeewater. Volgens schattingen verdrinken daarin jaarlijks vele tienduizenden zeeschildpadden, dolfijnen en walvissen, en honderdduizenden vogels in de Noord-Atlantische oceaan. Ook sterven zo gigantisch veel vissen.
Van de vervuiling van water en kusten komt 80 procent van het land en 20 procent van de scheepvaart. De scheepsvaart, inclusief de vissersschepen, veroorzaakt twee specifieke vormen van vervuiling. Ten eerste lekt uit zo'n 40 procent van de schepen koelvloeistof, die de ozonlaag aantast en het broeikaseffect versterkt. Ten tweede zetten schepen een grote hoeveelheid afval overboord: alleen al in de Noordzee verdwijnt jaarlijks 20 miljoen kilo. Het plastic komt terecht in vogelmagen en op de stranden. Dit komt doordat schepen moeten betalen voor de afvalinzameling in de haven.
Het energiegebruik voor de visserij neemt de laatste jaren toe: de schepen varen verder en verbruiken meer brandstof. Verwerking en transport vragen relatief weinig energie, als de vis per schip naar de winkels gaat. Vervoer per vliegtuig kost per kilo ongeveer 100 keer zoveel energie een vrachtschip; de CO2-uitstoot is zelfs bijna 300 keer hoger. Het etiket meldt niet hoe de vis vervoerd is. Nijlbaars of victoriabaars wordt ingevlogen; hetzelfde geldt voor de verse van een grote supermarktketen. Ook de soort vis maakt veel verschil: vooral de boomkorvisserij op platvis, de lijnvisserij op zwaardvis en tonijn en de garnaalvisserij met trawlers vreten energie.
De vraag naar vis groeit zo hard dat de visvangst het niet meer kan bijbenen. Een oplossing daarvoor is het kweken van vis. Dat kan in gesloten of open kweeksystemen. Open kweek vindt plaats in binnenwateren, kustwateren en zeegebieden, waar men een deel van het water afzet met netten. Een voorbeeld is de gekweekte zalm uit de Noorse fjorden. Vanaf de kwekerij gaat de vis in bakken water per vrachtauto naar de visverwerker.
De milieubelasting van open kweeksystemen zit onder andere in diergeneesmiddelen, voer, mest en afval: die kunnen in kuststreken overbemesting en vervuiling veroorzaken. Verder eet veel kweekvis als voer wilde vis; de vangst daarvan leidt weer tot overbevissing. En ten slotte ontsnappen er de nodige vissen uit kwekerijen. Wanneer die zich voortplanten met wilde vissen, kunnen de oorspronkelijke vissoorten zwakker worden of verdwijnen.
Er komen steeds meer garnalen uit Azië en Zuid-Amerika: in 2002 was 76 procent van de garnalen in Nederlandse winkels van tropische afkomst. De garnalen komen uit grote kweekvijvers in de kuststreken, waarvoor zeldzame mangrovebossen en rijstvelden zijn verwijderd. De kweekvijvers vervuilen ook het oppervlaktewater met grote hoeveelheden medicijnen, hormonen en visvoer.
Initiatieven voor een meer duurzame garnaal komen op gang, zoals biologische garnalen, Noordzeegarnalen met het MSC-keurmerk. Verder zijn er nu 'tropische' garnalen uit Nederland (de Happy Shrimps), gekweekt met restwarmte van de energiecentrale op de Maasvlakte. Het afvalwater wordt met biofilters gezuiverd. Met de restwarmte kweekt men ook algen als garnalenvoer en zilte groente voor menselijke consumptie. Voor consumenten zijn de garnalen nu alleen verkrijgbaar bij Schmidt Zeevis in Rotterdam; de meeste gaan momenteel naar restaurants.
Hollandse garnalen worden niet gekweekt, maar gevangen in de Noordzee en de Waddenzee. Ze gaan dan voor een groot gedeelte per koelvrachtwagen naar Marokko of Polen om gepeld te worden, en komen dan weer terug.
In het wild zijn zalmen roze doordat ze garnalen en planktonkreeftjes eten die natuurlijke roze kleurstoffen bevatten, zoals astaxanthine. Kweekzalmen krijgen ander voer en zouden normaal gesproken grijs kleuren. Om toch mooi roze vlees te krijgen, doen de kwekers synthetische astaxanthine in hun voer.
In Nederland is vooral visteelt op het land te vinden, in bassins. Die produceerden in 2003 ongeveer 4,5 miljoen kilogram paling, 3,6 miljoen kilogram meerval en 400.000 kilogram andere vissoorten (vooral tilapia).
Er zijn in Nederland nog geen officiële regels voor het gebruik van diergeneesmiddelen in de visteelt. De Nederlandse visteelt gebruikt weinig tot geen medicijnen. Recirculatiesystemen zuiveren het water via filters, en voorkomen zo dat vissen snel ziek worden. Binnen de visbranche is afgesproken om bij ziekte een aantal geneesmiddelen toe te staan. In het buitenland komen recirculatiesystemen minder voor.
Bijna alle Nederlandse kweekvis komt uit gesloten systemen, behalve forellen en mosselen. De milieubelasting komt vooral voort uit het visvoer: daarin is wilde vis verwerkt, en de vangst daarvan leidt tot overbevissing.
Sinds de jaren '90 gaan onderzoekers er vanuit dat gewervelde vissen pijn kunnen lijden en angst en stress ervaren. Over de pijnervaring van ongewervelde soorten (zoals garnalen en kreeften) is minder bekend. Onderzoekers bekijken hoe je vis zo diervriendelijk mogelijk grootschalig kunt doden op vissersschepen. Bijvoorbeeld door de dieren eerst te bedwelmen en dan pas te doden.
Ook het natuurlijke gedrag van bepaalde vissoorten en criteria voor een diervriendelijk kweeksysteem zijn onderwerp van onderzoek. Wanneer hierover meer duidelijk is, zal er wetgeving komen.
In vissen die leven in vervuild water kunnen zich schadelijke stoffen ophopen, vooral in het lichaamsvet. Vis kan zware metalen, dioxines, bestrijdingsmiddelen en broomhoudende brandvertragers bevatten - met dank aan lozingen door industrie, landbouw en schepen. Maar het vet in vette vis bevat ook erg gezonde vetzuren, die goed zijn voor hart en bloedvaten.
Twee keer per week vis eten, waarvan minimaal één keer vette vis, is zo gezond dat het risico van verontreiniging in verhouding zeer klein is. Alleen in een aantal specifieke situaties is het volgens het Voedingscentrum beter om bepaalde vissoorten te laten staan. Stevige rokers kunnen beter geen paling en schaal- en schelpdieren eten; zwangere vrouwen kunnen vacuüm verpakte rauwe vis en roofvissen zoals tonijn, zwaardvis en koningsmakreel beter mijden. Wilde paling uit Maas en Rijn is voor niemand erg gezond. Vaker dan twee keer per week vette vis eten levert geen extra gezondheidswinst op. Het Voedingscentrum adviseert wel om regelmatig te variëren met vissoorten.
Op de verpakking van vis staan diverse logo's. Een aantal daarvan zijn keurmerken en geven garanties op een specifiek gebied, zoals biologische kweek, duurzame visserij of milieuvriendelijke visserij. Andere logo's geven alleen informatie. Hieronder komen ze kort aan bod. Kijk voor uitgebreide informatie op Keurmerk vlees, vis en gevogelte.
Steeds meer kwekerijen brengen biologische vis op de markt: zalm, forel en kabeljauw. Biologische viskweek garandeert goede kweekomstandigheden en heeft als enige minimumnormen voor dierenwelzijn.
Dolfijnvriendelijk gevangen tonijn is geen officieel keurmerk, maar een particulier label van de visserij. Er zijn diverse variaties en ze staan op bijna alle blikjes tonijn, met de tekst 'dolfijnvriendelijk gevangen'.
Helaas is de regeling vrijwillig en ontbreekt een waterdichte controle. In Europa is de meeste tonijn in blik bovendien skipjacktonijn. Daarbij speelt het dolfijnprobleem niet; het label is hiervoor dus overbodig.
Het Milieukeur kunt u tegenkomen op consumentenproducten en voedingsmiddelen. Voor een aantal vissoorten zijn er ook Milieukeurcriteria: de Nederlandse meerval, paling en tilapia. De eisen gaan over water- en energieverbruik, voer, diergeneesmiddelen en waterkwaliteit.
Er is één tilapiakweker die kweekt volgens de criteria van het Milieukeur. Deze tilapia ligt alleen nog niet herkenbaar in de winkel. De kwekers van de Nederlandse Vereniging van Viskwekers (NeVeVi) hebben het initiatief genomen voor een Milieukeur voor meerval, paling en tilapia.
Zie voor meer informatie over Milieukeur Keurmerk landbouw, Keurmerk vlees, vis en gevogelteen Milieukeurmerken.
Het MSC keurmerk is een internationaal keurmerk voor een goed beheerde, duurzame visserij. Vis vangen volgens het MSC-keurmerk tast de natuur en de visstand niet aan. De vis is te herkennen aan het MSC-logo op de verpakking. In Nederland zijn Alaska koolvis (in de vorm van vissticks), kabeljauw, haring, heek, hoki, tong, makreel, sint jacobsschelp en Alaska zalm met het MSC-keurmerk verkrijgbaar. Het keurmerk omvat geen gekweekte vis.
De eerste milieuvriendelijk gevangen vissoort in Nederland was de harder: die is gerookt verkrijgbaar met het Waddengoud keurmerk. Intussen zijn ook garnalen, snoekbaars en zeebaars met het keurmerk verkrijgbaar op sommige boerenmarkten, in natuurvoedingswinkels en een aantal restaurants. De criteria en richtlijnen van Waddengoud voor herkomst en duurzaamheid zijn goedgekeurd door de Waddenvereniging en Vogelbescherming Nederland. Er vindt onafhankelijke controle plaats. Waddengoud is aangesloten bij de Stichting Streekproducten Nederland (SPN).
In Nederland is het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit (LNV) verantwoordelijk voor de nationale uitvoering van het Europese visserijbeleid. Elk jaar bepaalt de minister hoeveel de vissers maximaal van elke vissoort mogen vangen, afhankelijk van de visstanden. Het ministerie is verantwoordelijk voor de verdeling van de visquota over de Nederlandse vissers. Zie ook www.minlnv.nl.
Het Productschap Vis komt op voor de belangen van de vissector. Het productschap ziet erop toe dat afspraken worden nagekomen. Ook zorgt ze voor de promotie van vis bij de media en de consument. Zie ook www.pvis.nl.
Stichting De Noordzee zet zich in voor de natuur- en milieubelangen van de zee. De organisatie streeft naar betere wet- en regelgeving, stelt misstanden aan de kaak en zoekt naar alternatieven voor een schoner en duurzamer gebruik van de (Noord-)zee, in dialoog met overheid en bedrijfsleven. Zie voor haar standpunten www.noordzee.nl.
Het Wereld Natuur Fonds zet zich wereldwijd in voor de bescherming van de natuurlijke rijkdom van de oceanen. Zo pleit het voor natuurreservaten op zee. Om duurzame visvangst te bevorderen heeft het WNF in samenwerking met Unilever het MSC keurmerk opgericht; inmiddels is het keurmerk helemaal onafhankelijk. Het WNF voert een campagne 'Kies voor een levende zee' en roept consumenten op verantwoord gevangen vis te kopen. Zie ook www.wnf.nl.

Misschien hebt u hem al gezien en zelfs gekocht uit het vriesvak van uw supermarkt, of vishandel: de exotische panga (pangasius). Het lijkt op het eerste gezicht een goede keuze. Want op grote schaal gekweekt in Azië, dus een ethisch verantwoord alternatief voor het eten van gevangen, bedreigde soorten. Maar zo simpel is het niet. Dit keer neemt Joke u mee op een ontluisterende ontdekkingsreis naar de Mekong-delta (Vietnam). Ze vertelt u alles over panga-filets, dat wat u altijd al wilde weten maar (zich) nooit durfde (af) te vragen…
De pangasius is een zoetwatervis uit de familie van de reuzenmeervallen. Hij kan 3 meter lang worden. Panga wordt tegenwoordig massaal gekweekt, vooral in de Vietnamese Mekongdelta, 90% van alle pangasius wordt hier gekweekt. In 2008 eindigde meer dan de helft van de 600.000 ton “geoogste” pangasius in West-Europa. Panga begint steeds meer op te duiken in het vriesvak van uw warenhuis of vishandel, maar dat is niet de voornaamste reden van dit succes. Pangasius wordt massaal verkocht als kabeljauw.
Pangasius is een Vietnamees succesverhaal. In feite gaat het om twee soorten katvis: tra (pangasianodon hypophthalmus) en basa (pangasius bocourti). In 1995 bedroeg de ‘oogst’ 10.000 ton en in 2008 was het al meer dan 1,1 miljoen ton. Die groei is conform de vraag in de markt. Pangasius wordt nu uitgevoerd naar 130 landen, bijna allemaal in de vorm van witte panga-filets. 80% van de export ging naar de VS, maar in de afgelopen jaren is dit veranderd, nu is Europa met 35% de grootste afnemer en staan de VS onderaan de lijst met amper 4%.
Poisson poison
De Mekong is één van de zwaarst vervuilde rivieren ter wereld. De hoeveelheid arseen in de rivier ligt tot acht keer hoger, dan wat de Wereldgezonheidsorganisatie als veilig acht. In het grondwater is de concentratie zelfs twintig keer hoger dan wat verantwoord wordt geacht. Het gif komt onder meer van een quasi ongecontroleerd gebruik van pesticiden. De impact is nog niet duidelijk: de effecten van chronische arseenvergiftiging zijn vaak pas na tien jaar te zien. Daarnaast munt de Mekong uit door de prominente aanwezigheid van kankerverwekkende PCB’s, DDT’s, CHL’s, HCH’s en HCB’s.
De vis-apotheker
Uw pangasius leeft niet alleen in dit water; de filet wordt ook gebruikt om hem in te vriezen, maar er is meer aan de hand. De ‘upper ten’ in de regio bestaat uit handelsreizigers die met een koffer vol geneesmiddelen tegen parasieten in de vis, pre- en antibiotica en nog van dat fraais aankloppen bij de viskweker. In het assortiment ook steevast trifluralin, dat in Europa – terecht – verboden is. De pesticide excelleert in zowat alles wat u niet in de buurt van consumptievist wenst tegen te komen: ze is persistent in de bodem en niet gemakkelijk biologisch afbreekbaar en heefteen hoog potentieel voor bioaccumulatie, met name in waterorganismen. De viskwekers vinden het echter een doeltreffend middel tegen ongewilde plantengroei in hun vijvers. Dew aterkwaliteit isbovendien niet zo’n punt. Het succes van pangasius heeft de vis onder meer te danken aan een fysiologisch kenmerk. Door z’n unieke zwemblaas kan de soort direct zuurstof halen uit de lucht. Dit betekent, dat kwekers niet wakker hoeven te liggen over het zuurstofgehalte in het water.
Waterkwaliteit is niet echt een punt en men kan heel veel vissen in heel weinig water kweken. De norm is ongeveer 150 stuks in een drijvende kooi van een kubieke meter, en een stuk of tachtig per vierkante meter in een kunstmatige vijver.

Urine van zwangere vrouwen
Urine van zwangere vrouwen is een ander middeltje, dat gretig wordt afgenomen: vrouwelijke pangasius groeit opmerkelijk sneller en legt sneller en meer eieren wanneer ingespoten met een hormonenextract dat een Chinese firma produceert uit gedehydrateerde urine van zwangere vrouwen. De pangasius krijgt korrels als voer. Daarin zit o.a. vismeel (dat komt uit Zuid-Amerika, waar 90 procent van de ansjovisvangst verwerkt wordt tot beestenvoeder, maar dat is een ander verhaal), eiwitten van plantaardige oorsprong zoals soya, maar ook eiwitten van dierlijke oorsprong en nogal wat veren van kippen en andere bijproducten van gevogelte. Dit laatste kan het risico met zich meebrengen dat het in die regio gangbare vogelgriepvirus ook in de vissector terecht komt.
Pentanatriumtrifosfaat
Een keer verwerkt, krijgt de pangasiusfilet een injectie met een pentanatriumtrifosfaatoplossing. Die bedraagt tussen 10 en 20 procent van het gewicht van de filet. De filet wordt daardoor zwaarder (en brengt meer op) plus zorgt, dat deze langer bewaard kan worden.
Feodaal systeem
Niet, dat het alle viskwekers echt rijk maakt . Een maximum maandinkomen van 50 Amerikaanse dollar is gewoon. Er is ook een soort feodaal systeem ontstaan langs de oevers van de Mekong, waarbij een arme viskweker het visvoer “in bruikleen” geleverd wordt. De leverancier van het voer neemt na 180 dagen de vissen af tegen een vergoeding die gemiddeld per persoon neerkomt op ongeveer de armoedegrens.
Katvis vermoordt dolfijn
De kweek van pangasius heeft sterk bijgedragen tot het verdwijnen van de populatie van irrawaddy-dolfijnen (orcaella brevirostris) in de Mekong. Er zouden er nog hooguit een vijftigtal zijn. De dolfijnen zijn bijna allemaal gestorven als gevolg van een bacteriële infectie, waarschijnlijk afkomstig door aanraking met kweekkooien. Die ziekte is op zich niet dodelijk, behalve wanneer het immuunstelsel van de dieren is aangetast. Bij de autopsie troffen onderzoekers toxische niveaus van pesticiden (vooral DDT) en PCB’s aan.
De kweek van pangasius heeft sterk bijgedragen tot het verdwijnen van de populatie van irrawaddydolfijnen (orcaella brevirostris) in de Mekong. Er zouden er nog hooguit een vijftigtal zijn.
Zwarte markt
In 2009 werd in de VS een lading pangasius onderschept van 4.545 ton. Op de verpakkingen stonden de namen van duurdere vissen zoals tongfilet, kabeljauw en zeebaars: alles behalve pangasius. Het kopstuk achter de zwendel werd gepakt en kreeg 63 maanden cel. Maar het zou naïef zijn om te denken dat deze vangst niet meer dan het topje van de ijsberg was. En dan is er de strontmond, Tilapia is oorspronkelijk Afrikaans, maar nu wordt hij voornamelijk in Zuid-China, Indonesië en Bangladesh gekweekt. De export gaat grotendeels richting Amerika, maar ook in Europese supermarkten duikt de vis op. Het grootse probleem met tilapia zijn hormonen. Alleen de mannetjes van de soort zijn bruikbaar om verwerkt te worden. Dus worden van de vrouwtjes op jonge leeftijd mannetjes gemaakt. Dat kan door het toedienen van grote dosissen testosteron. Te veel testosteron kan onder meer leiden tot borstkanker. Tilapia wordt door de kwekers ook wel “strontmond” genoemd . De vis is de kampioen in het eten van zijn eigen uitwerspelen; hij consumeert tot zes keer meer uitwerpselen dan, dat hij zelf produceert.
Een verrassend cijfer: 68% van de vis die we consumeren, eten we in een restaurant. De visserij en aansluitend de horeca hebben altijd al mooi misbruik gemaakt van onze armzalige kennis van de zee en haar bewoners. Wat u koopt of bestelt is heel vaak niet wat u vermoedt, dat op uw bord belandt.
Pangasius wordt massaal verkocht als kabeljauw. In de zomer van 2009 werd in Londen de proef op de som genomen. 14 van de 56 als niet in korst klaargemaakte kabeljauw bleken in feite schotels met pangasiusfilets te zijn.
Bij als gepaneerde kabeljauw verkochte schotels bleek de zaak nog veel erger te zijn. Eén onderzoek stelde vast, dat in 37 % van de gevallen de vis in het krokante jasje helemaal geen kabeljauw was. In de meeste gevallen was het pangasius, in sommige gevallen tilapia (een Chinese variant) en verder koolvis en heek. Een andere steekproef kwam uit op fraude in 25% van de gevallen.
Het vaste vlees van de zeeduivel lijkt wat textuur en uiterlijk betreft op kreeft, maar is veel goedkoper.
Stukjes zeeduivel eindigen dan ook vaak als kreeft in bereide gerechten, zoals pasta’s en vispannetjes.
Neem één van de absolute lievelingen: kabeljauw. Wat u in de horeca daarvoor krijgt is vaak schelvis (haddock), wijting, heek (merluza) of koolvis (pollak). Recente studies zijn er niet, wel eentje uit het midden van de jaren negentig, toen dit in 15 % van de gevallen zo bleek te zijn. Dit percentage is de jongste jaren fors gestegen, en wel door de invasie van de pangasius.
Pangasius, de lucratieve zwendel
Niemand eet meer kabeljauw dan de Britten. Een lucratieve zwendel dus, want pangasius is drie à vier keer goedkoper om in te kopen dan kabeljauw. Culinaire geesten onder u zullen nu meewarig het hoofd schudden. Hoe is dat mogelijk? Pangasius is helemaal geen familie van kabeljauw. Het is een tropische zoutwatervis en heeft een andere textuur. Het enige, dat de vissen met elkaar gemeen hebben is, dat, eenmaal gekookt, hun vlees wit is. Vertrouw uw ogen niet. Experimenten verklaren hoe het kan. Zo blijkt, dat drie op vier mensen toebereidekabeljauw, koolvis, pangasius en schelvis niet van elkaar kunnen onderscheiden. De vier soorten werden op dezelfde manier toebereid(gestoomd), kregen op hun bord hetzelfde garnituur en saus en slechts één op vier van de 150 testpersonen slaagde er in de kabeljauw er uit te pikken.
Zander = snoek = groene baars = meerbaars = mosbaars = forel, de dingen veel namen geven, is overigens een handige manier om consumenten zand in de ogen te strooien. De breedbekbaars staat ook te boek als groene baars, meerbaars, mosbaars. Wat u in de helft van de gevallen op uw bord krijgt wanneer u het bestelt, is zander (wat dan eigenlijk snoekbaars is) en in sommige gevallen zelfs forel. Tonijn, als steak, blijkt vaak gefileerde haai te zijn.
‘Wild’, een kwestie van interpretatie
Een andere vorm van wijdverspreid bedrog heeft te maken met gekweekte versus in het wild gevangen vis. Neem zalm. Tenzij er nadrukkelijk op de verpakking staat vermeld waar de zalm gevangen is, kun u ervan uitgaan, dat het gaat om zalm van een visboerderij. Het etikelt ‘wild salmon’ blijkt een kwestie van interpretatie te zijn. “Een grote kooi in de oceaan, tja, ‘t is wel een kooi maar het water wat er doorstroomt is hetzelfde als, dat van de ‘wilde’ oceaan en feitelijk zwemmen die vissen dus in de zee en zijn dus ‘wild’.
En zelfs wanneer de details op de verpakking, of bij de uitgestalde zalm staan, wordt u in één op vijf gevallen gerold. Dat bleek uit DNA-tests van zalm die gekocht werd bij 128 West-Europese supermarktketens. Zelfs de gourmetafdeling van het prestigieuze Harrods liep tegen de lamp. “Een vergissing bij het labelen van een slordige winkelbediende”, luidde het excuus.
Sushi: The Chicago Sun-Times liet in de thuisstad van Obama DNA-sampels nemen in de 14 beste sushi-restaurants. Daaruit bleek dat de begeerde rode snapper in vier gevallen goudbrasem was en in de tien andere gevallen de goedkope Chinese kweekvis tilapia, een soort die zo tsjokvol hormonen, antibiotica en andere viezigheid zit, dat je er niet zou aan denken ze rauw te eten.
De duivel in de kreeftensoep: Zeeduivel (wat hetzelfde is als lotte, staartvis en hozemond) staat in New England bekend als “the poor man’s lobster” (kreeft voor de armen) en dit nemen restaurateurs al te vaak letterlijk. Het vaste vlees van dit vreselijk lelijke beest lijkt qua textuur en uiterlijk op kreeft, maar is veel goedkoper. Stukjes zeeduivel eindigen dan ook vaak als kreeft in bereide gerechten, zoals pasta’s en vispannetjes.
En dan nog even dit: In de afgelopen vijftig jaar is 90 % van wat door de mens als eetbaar visbestand wordt aangezien gewoonweg verdwenen. Als we doorgaan op het huidige niveau met vissen en vervuilen, dan zijn binnen dertig jaar alle Oceanen dood.
Klik op de link voor meer info:
http://www.scientanova.com/2009/05/17/915-wel-eens-naar-een-levende-panga-gekeken/
